Atari
Het Amerikaanse entertainment bedrijf Atari wordt opgericht op 27 juni 1992 door Ted Dabney en Nolan Bushnell. Het bedrijf wordt beschouwd als pionier op het gebied Van communicatietechnologie in het bedrijfsleven, arcade games, home computers en video game consoles. In de jaren 1970 tot 1980 kreeg het onder meer bekendheid door de Atari 2600 en het videospel console "Pong".
De vroege jaren van Atari
Het bedrijf uit Californië komt van een variant van het spel Go en het logo van een gestileerde versie van de Japanse berg Mount Fuji. Geïnspireerd door het mainframe spel Spacewar ontwikkelen Dabney en Bushnell begin jaren ’70 een automatenspel met de naam Spacewar. Dit project wordt, mede door de omslachtige controle, geen commercieel succes. Succes komt er met de Pong machine en de thuisversie, een draagbaar apparaat die kan worden aangesloten op een televisie. Het markeert het startpunt van de commerciële game industrie.
Steve Jobs en Steve Wozniak, de latere oprichters van Apple Computers, werkten in 1975 bij Atari. Onder hun leiding ontstond er een betere homeconsole voor Pong (met een enorme reductie van transistors) en de videogame Breakout. Vanaf 1976 werkt Atari aan de voltooiing van codenaam "Stella". Een revolutionair videogame systeem. Door een gebrek aan kapitaal en de hoge ontwikkelingskosten wordt Atari in oktober 1976 verkocht aan Warner Communications voor 28 miljoen dollar.
Atari en de Warner Communications periode
Na de overname verlaat Nolan Bushnell Atari. In de volgende twee jaar worden er tal van studies gemaakt over videogame consoles en homecomputers wat resulteert in een aantal prototypes. In 1979 wordt begonnen met de productie en de verkoop van de eerste Atari homecomputer. Tegelijkertijd komt de eerste echte videogame console op de markt, de VCS 2600. Deze arcademachines zijn uitgerust met een vectorscherm wat het spelplezier enorm moet verbeteren. De spellen "Lunar Lander" (1979) en "Battlezone" (1980) luiden een geheel nieuw tijdperk van spellen in: de One Person Shooter. Dit wil zeggen dat de speler een spel speelt gezien vanuit de ogen van het spelkarakter.
Door onenigheid met het management van Apple in 1980 verlaten de programmeurs Larry Kaplan, Bob Whitehead, Allan Miller en David Crane het bedrijf en op 25 april 1980 het bedrijf Activision op te richten. Chef van de homecomputer afdeling van Atari, Jay Miner, verlaat in 1981 het bedrijf. Hij heeft grootste ideeën over nieuwe ontwikkelingen maar krijgt bij Atari niet de ruimte die hij hebben wil. Hij richt het bedrijf "Amiga" op.
Door een beursschandaal in december 1982 wordt Raymond Kassar gedwongen op zijn ontslag in te dienen. Zijn opvolger, James Morgan, haalt de banden aan met ex-werknemer Jay Miner en zijn nieuwe bedrijf Amiga om samen in een gemeenschappelijk project te stappen onder de naam "Lorraine". Deze nieuwe generatie homecomputers wordt gebaseerd op de voor die tijd zeer moderne Motorola 68000 microprocessor, die de oude XL / XE moeten gaan vervangen.
In juli 1984 verkoopt Warner Communications de Atari activiteiten (met uitzondering van de afdeling voor spelautomaten) aan Jack Tramiel, oprichter van het bedrijf Commodore. Nadat Commodore een meerderheidsbelang heeft genomen in het bedrijf Amiga kan het Lorraine project doorgang vinden. Dit resulteerde in eerste Amiga spelcomputer, de Amiga 1000.
Atari en de Tramiel periode
Atari boekte mooi commerciële successen in het begin van de videogame periode, maar er komt een kentering in de markt wat leidt tot een flinke verliezen. Nu Jack Tramiel het bedrijf heeft overgenomen van Warner Communications is het tijd voor veranderingen. De Atari ST wordt in een recordtijd van slechts vijf maanden ontwikkeld en te bewonderen op de computerbeurs van Las Vegas in januari 1985 met de typen Atari 130ST en de Atari 520ST. Deze laatste komt al in april dat jaar op de markt, maar de verkoop valt tegen door slechte kwaliteit van de geïntegreerde MIDI interface, met name op het gebied van professionele muziektoepassingen die op dat moment in een vogelvlucht zat. Tot 1993 komen er steeds meer nieuwe ST modellen op de markt. Deze zijn uitgerust met het TOS besturingssysteem.
De snelle en goedwerkende Intel procesoren gooien nog meer roet in het eten. Atari verliest steeds meer terrein aan de op Intel gebaseerde pc’s. De ontwikkeling van deze chip gaat sneller dan die van de Motorola en Atari heeft moeite met innovatie van nieuwe producten. Mede door het gebrek aan beschikbare software voor de op de Motorola gebaseerde Atari in vergelijking met die van de op Intel gebaseerde pc’s, kwaliteitsproblemen met nieuwe producten (zoals de nieuwe SM124 monitor), problemen met medewerkers en wrevel bij dealers komt langzaam maar zeker het einde in zicht. Na de CeBit in 1992 komt er een golf van ontslagen binnen Atari en verlaat ook CEO Alwin Stumpf het bedrijf. Atari trekt zich terug uit Europa, nadat het nog heeft geprobeerd om vanuit Nederland de verkoop te handhaven.
Het einde van Atari
In november 1993 begint Atari nog eenmaal met een nieuw offensief door het uitbrengen van de videogame console "Jaguar". De verkopen bleven ver achter bij de verwachtingen en konden de ontwikkelingskosten niet dekken. De laatste reserves van Atari waren inmiddels verbruikt. Op juli 1996 kocht JTS Corporation, fabrikant van harde schijven, bij wijze van stunt, alle aandelen van Atari op. Het einde van Atari is een feit.
De rechten van Atari kwamen voor vijf miljoen dollar in handen van Hasbro Interactive, nadat JTS Corporation zelf failliet is gegaan. In 2001 neemt het Franse Infogrames, maker van computerspelletjes, de rechten over van Hasbro. Atari wordt weer nieuw leven ingeblazen. Begin april 2007 ontslaat Atari 20 procent van het personeelsbestand na berichten over een daling van de omzet. In november 2007 kondigt men aan dat de verkoop in Noord-Amerika wordt beperkt en dat er meer banen zullen moeten verdwijnen. Atari Europa draait op dat moment wel goed.